De ontrafeling van mijn fascinatie voor Japan
Ik ben gefascineerd door Japan en ben daar niet zo blij mee. Een fascinatie brengt namelijk onrust terwijl ik juist een zo rustig mogelijk bestaan nastreef. Rustig dient men hier niet te verwarren met saai maar meer iets van geordend. Meer van stap voor stap i.p.v. halsoverkop. Want dat is wat er gebeurt. Terwijl ik stap voor stap mijn leven probeer te leiden en de talloze ingevingen in mijn hoofd 1 voor 1 probeer af te werken zorgt het denken aan Japan voor een ongekende stroomversnelling van mijn bloed en dus een hogere hartslag en ongetwijfeld verwijde pupillen en onrustige ademhaling. Dit zijn onwelkome zaken. Vooral omdat ik mij heb voorgenomen om in ieder geval de 150 jaar te bereiken, in goede geestelijke en lichamelijke gezondheid. Om de innerlijke rust te behouden dien ik dus van deze fascinatie af te komen. Los van de lichamelijke en geestelijke effecten maken fascinaties ook onaardig en egocentrisch. Om dit niet onder ogen te hoeven zien kan ik me vervolgens te buiten gaan aan drank of andere verdovende middelen. Hiervan wordt iemand doorgaans nog onaardiger en nog egocentrischer. Zie, de vicieuze cirkel is ontstaan. Het verdient dus serieuze aandacht om deze fascinatie onder controle te krijgen. De eerste stap lijkt me dan ook om een confrontatie aan te gaan met het land want ik ben er zelfs nog nooit geweest. Dit gegeven vind ik al absurd. Ik ga op zoek naar een oplossing. Maar, hoevaak als je naar iets op zoek gaat blijkt het onvindbaar? Dus besluit ik een eerste reis naar Japan te maken en niet op zoek te gaan. De reis heet dan ook :
"Ik ben niet op zoek, kijk alleen even rond".
-Geplande reisdatum is april 2009.
-Vanwege een ietwat onverwachte verhuizing want, eerder dan gepland, is er een tekort ontstaan in mijn begroting. De reisdatum is hiermee verschoven naar oktober/november 2009.
-Ach, zo heb ik ook rustig de tijd om aan mijn nieuwe omgeving te wennen en ervan te genieten, want mooi is het hier wel. En lekker rustig. Tegelijkertijd dwingt het me mijn fascinatie te beteugelen. Immers, zonder de verhuizing was ik een slachtoffer van mijn geestestoestand geworden. Op de vlucht voor mijn verstand. Niet denken maar DOEN, DOEN, DOEN. En dat is niet goed. Zo af en toe nog even schudden en weer laten bezinken, rustig wachten op de juiste mix van ratio en gevoel dus.
-Heb toch veel moeite met het feit dat de reis niet door gaat ondanks dat er genoeg dingen zijn die het leven veraangenamen. Een fascinatie is een soort van ziekte of meer, een soort van verslaving. Afgezien van de enorme kick die je krijgt als je eraan toegeeft levert het op de lange duur eigenlijk maar weinig op. Althans de prijs is vaak te hoog voor datgene wat je er uiteindelijk voor terug krijgt. Tenminste dat is mijn ervaring. Vooral ook omdat de herinnering aan de kick vervaagt en op den duur gewoon wordt terwijl de gevolgen mij (soms nog pijnlijk) helder voor de geest blijven staan. Maar misschien had ik in het verleden ook wel de verkeerde fascinaties. Enfin, op een gegeven moment heb ik toch besloten om er niet meer aan toe te geven. Niet meer mijn grenzen willen overschrijden omdat er ook aan deze kant van de grens genoeg te ontdekken valt. Hoe een fascinatie te weerstaan bijvoorbeeld. Of beter, hoe deze in de hand te houden. Het is haast als het temmen van een wild paard. Zonder geweld maar met intelligentie en gevoel.
-Wederom kom ik tot de conclusie dat wanneer ik mij in deze (westerse) maatschappij als kunstenaar wil manifesteren het gebonden gaat aan een groot, zo niet nog groter, of steeds maar groter willen wordende ego. Overigens geldt dit niet alleen voor het 'kunstenaarszijn' maar voor alles wat je zou (willen) zijn. Maar ik vind het met name niet passen bij het kunstenaarsschap. Des te belangrijker voor mij om te ontdekken dat mijn fascinatie voor Japan het ego (weer) doet opspelen. En dus maar goed dat de omstandigheden mij weer eens met de neus op bepaalde feiten drukten zodat ik een keuze moest maken. Ook al valt het zwaar. Vanaf hier valt er ook nog genoeg te ontdekken over Japan.
- Inmiddels is het al weer november en het ziet er nog bij lange na niet naar uit dat ik op korte termijn naar Japan zal afreizen. Ben in juli en augustus wel 4 weken in China geweest. Ik moet eerlijk toegeven dat China een grote indruk op mij gemaakt heeft. Hoe de mensen het voor elkaar krijgen om zo vriendelijk te blijven terwijl ze met z'n zovelen opelkaar gepakt wonen in steden die vaak een wonderbaarlijke en verrassende mix vertonen van oud en nieuw. Hun aanpassingsvermogen aan de omstandigheden zonder zichzelf te verliezen verdient respect. Al na de tweede dag in Beijing had ik het gevoel dat het allemaal op een bepaalde manier vertrouwd was. Mijn Oosterse genen, waarvan ook een klein beetje Chinees, doken als kleine draakjes vrijuit onder de westerse deken vandaan. Hoe makkelijk het voor me was om me daar thuis te voelen, bij terugkomst kostte het me meer dan 2 maanden om weer aan de Westerse gewoonten te wennen. Maar hoe prachtig, interessant en verleidelijk China ook is, Japan bleef meereizen in mijn hoofd. Wat op zich niet zo vreemd is want ik zag en ontdekte dat veel japanse gebruiken hun oorsprong in China hadden, maar dat de Japanners deze op hun manier hadden verfijnd. Zo niet geperfectioneerd. Dit maakt mijn fascinatie voor Japan alleen nog maar groter. Niet zoals olie op het vuur maar subtieler en venijniger. Meer zoals een verliefdheid die op het verkeerde moment komt. Irritant soms. Wanneer we weer een andere grote stad aandeden zocht ik in de vluchttarieven wat een ticket kostte om vandaar naar Japan te vliegen. Niet dat het budget het zou hebben gelaten maar toch. Enfin, weer terug thuis moest ik eerst van China los zien te geraken om het dagelijks leven hier weer op te kunnen pakken. Immers, hier verdien ik mijn geld om mijn toekomstige reis naar Japan te kunnen betalen. Heb hier ondertussen wel mijn medewerking kunnen verlenen aan een videofilm van een Japans kinderkoor uit Shunan. Bijzonder was dat deze samenwerking plaats heeft gevonden via de post en de mail. Op afstand dus. Ik hoop maar om volgend voorjaar een reis naar Japan te kunnen maken. Daar blijft het eerst bij.
-De verhuizing sinds vorig jaar naar een wat afgelegener plek doet me overigens goed. De rust die het, zij het langzaam, met zich meebrengt is wonderlijk. Als een balsem op een zere plek of soms juist als een koele, vochtige lap op een verhit hoofd.
Heb het gevoel dat dit nog maar het begin is.Inmiddels is het al bijna twee jaar geleden dat ik een enorme lust kreeg om af te reizen naar japan en iets meer dan een jaar sinds mijn eerste schrijven hierover. De lust is er nog steeds, de financiën niet dus de afreis heeft nog niet plaatsgevonden. Waarschijnlijk zal het ook dit jaar niet gaan lukken want de zaken gaan slecht tot matig. Waarschijnlijk door de berichten over de crisis of door het slechte weer. Wie zal het zeggen? Wel realiseer ik me dat het me uiteindelijk wel gelukt is om mijn fascinatie onder controle te krijgen of anders gezegd, ik heb me niet laten meevoeren door mijn bevlogenheid.
Ik voel me hierdoor sterker, zelfverzekerder en meer bij zinnen. Nog steeds ben ik zeer geïnteresseerd in Japan. Maar het onrustige gevoel van ‘iets te moeten’ is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor een gevoel van berusting zonder me een ontevreden mens te voelen. De roes is verdwenen de gedachte niet. En er is behalve Japan meer wat het leven de moeite waard maakt.
Dat ik niet ben gegaan (heb kunnen gaan) is verworden tot een vaststelling van een feit. Niks meer en niks minder. Het heeft geen buitenzinnige emoties als spijt of ontevredenheid achtergelaten. Er is echter wel iets bijgekomen n.l. de mogelijkheid dat het in de toekomst nog kan gaan plaatsvinden....Meer weten over de ontrafeling van mijn fascinatie voor Japan