HOME

 

 

Filosofie van een leven
of "de kunst van het traplopen"

 

Ik houd veel van schrijven, maar dat maakt me nog geen schrijver. Ik houd ervan met enige regelmaat te schilderen maar dat maakt me geen schilder. Ik houd ervan te filmen maar hiermee ben ik geen filmer. Ik houd ervan te fotograferen maar ik ben geen fotograaf. Ik houd van tuinieren maar ben geen tuinvrouw. Ik houd van koken maar ben geen kok. Ook houd ik ervan om over veel kwesties diep na te denken, maar daarmee ben ik nog geen filosoof.
Al heel vroeg heb ik geleerd dat zo veel mogelijk goed om me heen kijken van belang is en hierdoor voel ik me wel een observeerder.

Observeren klinkt gemakkelijk maar ik vind het heel enerverend. Het vraagt een continue staat van alertheid qua zien en gevoel. Deze alertheid kan weliswaar opgewekt/gestimuleerd worden door adrenaline maar ik wil me niet altijd in een soort van panieksituatie bevinden dus is het van belang dat deze ook aanwezig is in perioden van (geestelijke) rust. Want voor dat je het weet mis je de mooiste momenten, de parels.
Want naast dat ik van observeren veel kan leren observeer ik meestal om te genieten. Soms heb ik geluk en weet ik dingen op het nippertje nog op te merken, net voordat het moment suprême voorbij is (voordat de parel wegrolt). Een andere keer volgen de momenten elkaar te snel op en glippen ze daardoor uit mijn herinnering (lost de parel op).
Zoals gezegd, sommige momenten zijn parels. Maar dan wel parels die niet gestolen kunnen worden. Hoe rijk kan een mens zijn?


Veel mensen vinden het belangrijk om zich midden in de maatschappij te bewegen. Dat is onder bepaalde omstandigheden heel interessant.
Maar ik heb nu ontdekt dat ik het niet minder interessant vind om vanaf de zijlijn naar binnen te kijken. Vanaf hier valt er zoveel te zien dat ik nog lang niet uitgekeken ben. Wat mij heden ten dage vooral opvalt, is dat iedereen zo geweldig druk loopt te doen. Toegegeven het overkomt mezelf ook weleens en ik ben dan ook blij dat ik een uur moet rijden van de zaak naar huis (mijn vriend rijdt terug) zodat ik de tijd vind om te reflecteren en te constateren dat ik me heb laten meeslepen of me belachelijk heb gedragen. Als ik eenmaal thuisgekomen de houtkachel ontsteek ben ik inmiddels zover dat ik mij (iedere keer) weer kan verwonderen over hoe mooi het vuur zich toch ontwikkeld. Zodra we de paarden hebben binnengehaald of gevoerd en ik zie hoe tevreden de dieren zijn met hun bestaan kan ik om mijn eigen gedrag lachen en vraag ik me hoofdschuddend af hoe het mogelijk is dat ik mij zo druk heb kunnen maken over zulke futiliteiten. Vervolgens bedenk ik me wat ik de rest van de avond zal gaan doen.

 

Anyway, door zo om mij heen te kijken heb ik ontdekt dat het (dagelijkse) leven vol zit met paradoxen. Deze te onderzoeken en erover na te denken houdt me aardig bezig. Het is een soort puzzelen en hoewel de uitkomst (mijn behaalde inzicht) vaak op hetzelfde neerkomt (heel kort gezegd; men maakt zich over het algemeen te druk om niks) is de puzzelweg ernaar toe buitengewoon vermakelijk.
Men is een blaasbalg.

 

Laatst vertelde iemand dat er bij hen was ingebroken. Dat o.a. de pas aangeschafte superbreedbeeldtelevisie met bijbehorende audio apparatuur op thuisbioscoopformaat inclusief alle bijbehorende kabeltjes, aansluitingen en stekkers was gestolen was nog niet eens zo erg. Maar dat de gouden sieraden die de vrouw des huizes van haar (groot)ouders had geërfd verdwenen waren dat was een complete ramp. Ze was er haast ziek van. Ja, ik vind het echt erg voor die vrouw en begrijp volledig dat ze overstuur is. Maar ik bedenk me ook dat als haar (groot)ouders haar iets hadden nagelaten wat minder opzichtig zou zijn geweest, zij er (naar alle waarschijnlijkheid ) dezelfde emotionele waarde eraan had gegeven. Het onooglijke had haar dan even waardevol toegeschenen als de gouden sieraden, maar geen dief had het in zijn hoofd gehaald zoiets, op het oog, lelijks mee te nemen.

 

Als je regelmatig in Duitsland woont maar nog teveel in Nederland werkt om veel tijd te besteden aan de integratie in je woonomgeving kan je door naar South Park te kijken in ieder geval leren wat voor Duitse scheldwoorden er worden gebruikt. De Duitsers beschikken zelf overigens ook over een scherp gevoel voor humor. En de taal is heel expressief. Ongelofelijk in hoeveel variaties ze het woord ‘Arsch’ weten te gebruiken.

 

Het heen en weer reizen is ook al zoiets wonderlijks. Neem nou bijvoorbeeld de grens. Als ik naar Assen of naar Drachten zou rijden is het qua tijd vanuit Groningen ongeveer net zo lang. Maar nu ik dagelijks een grens (de grens) passeer rijd ik een andere wereld binnen. Zo word ik iedere dag door borden verwelkomd (Welkom/Wilkommen) of uitgezwaaid (Alles Gute). Dat doet wat met een mens. Krijg de neiging om naar de douanebeambten te zwaaien omdat ik ze zo vaak zie zitten in hun patrouilleauto’s dat ik het gevoel heb dat ik ze ken. (net als bij beroemdheden die dagelijks op het nieuws zijn) Ik zie hoe de wereld om mij heen wordt en is vormgegeven door weer andere mensen (Nederlanders en Duitsers). Veel dingen gebeuren gewoon zonder dat mij iets gevraagd wordt of zonder dat ik daar invloed op heb. Hoe de wegen zijn aangelegd, of ze sneeuwvrij worden gehouden, waar en wanneer wordt gesnoeid of opnieuw geasfalteerd of niet. Waar gesloopt en gebouwd wordt en hoe.

 

Ik zie iedereen zichzelf maar opblazen en druk maken om niks. En er is haast niemand die eens stilstaat en werkelijk om zich heen kijkt. Alsof ze allemaal oogkleppen ophebben of continu in een spiegel kijken en alleen zichzelf zien.

 

Maar op sommige van die plekken, gewoon op straat of in de supermarkt, als de vuilnisman voorbij komt, iemand de hond uitlaat, als iemand met pech aan de kant van de weg staat, of als ik de stoelen aan de kant schuif en mezelf zie stofzuigen, zie ik parels van momenten. Zie ik de facetten van die diamant die de werkelijkheid is oplichten in het donker of weerspiegelen in de zon. En kan dan niets anders doen dan te glimlachen.

 

Dat ik zoiets als het helpen van mijn moeder kan zien als onderdeel van een kunstwerk heeft te maken met het feit dat ik me heel goed realiseer dat mijn moeder niet het eeuwige leven heeft en dat onze relatie dus ook eindig is.
Zij is mij dierbaar en hierdoor staan mijn zintuigen op scherp en is mijn concentratie enorm als ik samen met haar boodschappen doe of als ik haar begeleid naar de diabetescontrole. Alleen al als ik haar huis nader zie ik welke planten er bij haar buiten staan en hoe de potten staan gerangschikt.
Nadat ik heb aangebeld spits ik mijn oren om te luisteren naar de mechanische vogel die begint te fluiten als ze deze voorbij loopt op weg naar de voordeur. Zodra ze deze opent observeer ik haar scherp maar liefdevol en begroet haar met een omhelzing zodat ik ook kan voelen hoe ze aanvoelt. Ik peil haar humeur als ik achter haar aan loop de kamer door de keuken in. De keuken het heiligdom van mijn moeder. Met als kostbaarste stuk zijzelf.


"De kunst van het traplopen"
Iedere keer (in ieder geval thuis) als ik de trap op en afloop doe ik dit met mijn volle bewustzijn.
Zo voel ik hoe de bal van mijn voet tijdens het naar boven lopen mijn hele gewicht draagt. Hoe de rechtervoet afgewisseld wordt door de linkervoet in een meestal rap tempo (geen rennen). Hoe de spieren in mijn kuiten zich spannen en ontspannen zowel als het buigen van mijn knie van de ene been en het strekken van de knie van mijn andere been. Samen met de dijbeenspieren stuwen ze het lichaam opwaarts.
Ik voel mijn ruggengraat, die het bovenlichaam boven het bekken in balans houdt en mijn rug recht. Mijn schouders zijn meestal iets afhangend en mijn armen ontspannen langs mijn zij (tenzij ik iets vasthoudt). Met mijn hoofd opgeheven zodat het net voelt alsof ik door een onzichtbaar draadje in een vloeiende beweging omhoog getrokken word. Bij het naar beneden gaan steun ik eerst op mijn tenen waarna mijn voet zich in een vloeiende beweging uitrolt. De kunst is om ook hier, met kuiten en knieen de zwaartekracht zodanig af te remmen dat het voelt alsof ik zwevend de trap af kom lopen. Deze naar binnen gerichte blik, het bepalen van de hoeveelheid spanning op de spieren in combinatie met het zoeken naar een juiste balans wat tezamen de snelheid bepaald, maakt het traplopen iedere keer weer tot een bijzondere gebeurtenis.

 

De werkelijkheid heeft een zo geraffineerde schoonheid dat als je even niet oplet ze zo aan je voorbij gaat. Het is dus echt opletten geblazen. Werkelijk, als je eenmaal door hebt waar en hoe je moet kijken dan zie je zoveel fantastische dingen om je heen. Kan ik zelf allemaal niet bedenken.