Meer weten over de ontrafeling van mijn fascinatie voor Japan
Tijdens mijn opleiding aan de kunstacademie realiseerde ik me steeds meer dat het in de essentie van de kunst er niet om gaat wat je maakt maar waarom je iets maakt. Het is een innerlijke ontwikkeling en groei naar een bewustwording waarin de houding van de kunstenaar belangrijker is dan het werk wat ‘ie maakt. Het werk is een bijkomstigheid. Een restprodukt. Leuk voor kunsthandelaars en andere mensen die er (grof) geld aan willen verdienen. Een model zeepbel die op een keer net zo hard uit elkaar klapt als het economisch model nu. Gewoon een kwestie van tijd. Maar dit terzijde.
Nog voor het afstuderen zag ik mij in de nabije toekomst voor het door mijzelf gecreeerde probleem staan; hoe manifesteer ik mij als kunstenaar als ik niks maak?
Ondertussen was ook mijn interesse in Japan gewekt. Een interesse die overging in een fascinatie. Als kunstenaar ben ik natuurlijk geïnteresseerd in het minimalisme van de japanners en het feit dat ze voor bijna alles wel een manier vinden om het tot een ware kunst te verheffen. Van tuinieren tot vechten, van koken tot het smeden van een zwaard en van het papiervouwen tot het slachten van een koe. Maar mijn interesse gaat verder.
Japan dat als oosters land toch veel westerse eigenschappen heeft of was het nu andersom? De tegenstrijdigheid die zich uit in hun traditionele geschiedenis versus hun technologische ontwikkeling. Hoe verhoudt bijvoorbeeld het Shinto geloof en het boeddhisme zich versus de robotica en de moderne technologische ontwikkelingen? Als er al een scenario voor onze technologische toekomst ligt dan hoop ik dat het een juiste mix is van ratio en intuitie. Kan Japan hierin een voorbeeld zijn?
Een steeds onbedwingbaarder neiging welt sindsdien regelmatig bij me op om dit land, de mensen en hun gewoontes en ongewoontes te onderzoeken.maart 2009